
de Volkskrant
19 april 2014 zaterdag
Section: Halfberliner; Blz. 5
 MARTIJN VAN CALMTHOUT
Wat werd er deze week nou weer beweerd? Dat wiskunde een kwart van alle banen in Nederland levert. Wat zegt de wetenschap? Klopt, maar de wiskundigen rekenen zich te rijk. 
Hoe belangrijk is wiskunde? Heel, heeft het organisatiebureau Deloitte in opdracht van het Platform Wiskunde Nederland uitgerekend. Rechtstreeks is wiskunde goed voor zo'n miljoen banen, en indirect voor nog eens 1,4 miljoen. Samen is dat ruim een kwart van de Nederlandse werkgelegenheid. En omdat dat doorgaans ook nog de beter betaalde banen zijn, brengt de wiskunde Nederland via consumerende wiskundigen zo'n 159 miljard euro per jaar in het laatje. Dat is, even rekenen, bijna 30 procent van het bruto nationaal product. En dan zijn de computers en mobieltjes nog niet eens meegerekend. 

Het kan niet anders, of het is op de PWN-burelen even stil geworden van de uitkomsten van de sommetjes. Wij? Een kwart van alle banen? Bijna eenderde van het bnp? En toen, stellen we ons ook nog voor, ging de vlag uit. Wiskunde, daar kun je mee aankomen. Op het ministerie bijvoorbeeld, waar het Deloitte-rapport vorige week werd aangeboden. Samen met een noodkreet dat er geen hond meer afstudeert in de wiskunde. Als dat zo blijft, gaan er op termijn 400 duizend banen verloren, direct en indirect. Terwijl er met wat steun misschien juist wel 700 duizend banen bij kunnen komen. 

Klopt dit? Ongetwijfeld. Wiskundigen kunnen rekenen. Deloitte schatte van alle afzonderlijke beroepsgroepen die het CBS kent de mate van wiskundigheid. Die werd omgerekend naar het netto aantal wiskundige banen, van bankiers, dokters en hoogleraren tot vissers en kroegbazen. Daarnaast werd met een veelgebruikt model doorgerekend wat dat economisch dan allemaal oplevert. Veel dus. 

Maar is het ook waar? Dat is een ander verhaal. De ambivalentie begint al bij de schattingen van het wiskundige gehalte van de Nederlandse beroepen. Die is subjectief. Een leraar wiskunde kan niet zonder wiskunde, een arts ook niet. Maar een student geneeskunde komt er bij het Koninklijk Wiskundig Genootschap toch echt niet in. Voor hoeveel telt die arts dan mee? Zo'n 15 procent, zegt Deloitte. Tegen 47 procent van de professionals in de IT-sector. 

En zelfs als alle schattingen kloppen, blijft er iets vreemds aan de hand met de cijfers. Er zijn meer vakken op universiteiten en hogescholen dan zuivere wiskunde. Als die allemaal op eenzelfde manier hun waarde voor de samenleving zouden berekenen, komen ze met elkaar ver boven het werkelijke bnp en had iedere Nederlander vijf volle banen tegelijk. Chemie is immers ook overal. En wat te denken van communicatie. Van economie. Psychologie. Of gewoon Nederlands. Of Engels. 

De wiskundigen, kortom, rekenen zich een beetje rijk. Op zich is dat misschien niet eens verkeerd. Nederland telt bar weinig studenten wiskunde, blijkt uit een internationale vergelijking. Waar in Europa ongeveer een kwart van alle studenten een exact vak kiest, met een fikse portie wiskunde, is dat in Nederland 14 procent. Wij doen liever economie of psychologie. In 2011 gingen er welgeteld 500 mensen echt wiskunde studeren. Dat is beter dan de 200 eerstejaars die er vijf jaar eerder kwamen. Maar internationaal is het nog steeds niks. 

En dus kan het alleen maar beter, redeneert het Platform Wiskunde Nederland, met als extra argument dat een verdubbeling van het aantal universitair opgeleide wiskundigen gewoon banen en geld oplevert. 

Volgens Barend van der Meulen van het Rathenau Instituut, belangenbehartiger van de wetenschap, kan die redenering voor hetzelfde geld ook als een boemerang terugkomen bij de wiskundigen. Als de economische waarde van de wiskunde vooral in ándere vakgebieden tot stand komt, waarom zou je als minister dan eigenlijk willen investeren in wiskunde als zelfstandig vak, behalve misschien om wiskundeleraren op te leiden? 

Johan Cruijf zou zeggen dat elk voordeel zijn nadeel heb en dat dat logisch is. Ook een soort wiskunde. Voor hoeveel procent een orakel meetelt, vermeldt Deloitte niet. 

 
lllustratie Leonie Bos
